Veilig verbinden op school

Terwijl de lerares bezig iets uit te leggen aan een leerling ziet zij vanuit haar ooghoek 
een briefje van een jongen naar een meisje gaan. Het lijkt te onschuldig om er aandacht aan te schenken. Maanden later blijkt dit het begin te zijn van een treitercampagne tegen het betrokken meisje.
 
De ouders van Jan hebben vaak ruzie. Die ruzies werken hem zo op de zenuwen dat hij prikkelbaar wordt voor zijn omgeving, ook voor zijn vrienden. In plaats van te vragen wat er aan de hand is raken zijn vrienden geïrriteerd en beginnen zij Jan uit te dagen. Jan keert in zichzelf, ook hij zegt niets, een teken voor de vrienden er nog een schepje bovenop te doen en te gaan treiteren. Als het net buiten het schoolplein tot een handgemeen komt en Jan de nodige klappen oploopt, besluit hij zich te bewapenen met een mes.
 
Pesten staat in het woordenboek omschreven als verschijnsel waar we ons 
aan schuldig maken als we een medemens reduceren tot 
een psychiatrische diagnose, tot een scheldwoord, tot iemand behorend tot een 
gehate groep.
Het is een vervorming van het niet gezegde.
We maken ons er allemaal al, dan niet onder druk van de omstandigheden, wel eens schuldig aan.
Pesten komt voor in groepen, in gezinnen op school en op de werkvloer.
Het speelt op als we bang zijn er niet bij te horen, buiten de groep te vallen omdat we niet aan de eisen of de norm kunnen voldoen en bang zijn niet gehoord of gezien te worden als we ons kwetsbaar opstellen.
De angst steekt vooral de kop op bij het ontbreken van krachten om pesten tegen te gaan, bij een gebrek aan emotionele leiding.
 
In onze maatschappij bestaat veel aandacht voor het verschijnsel pesten.
We proberen het tegen te gaan met pestprotocollen op school en heidedagen
voor bedrijven.
We gaan er daarbij vanuit dat pesten kan of moet worden voorkomen.
 
Bij BIND zien we pesten als iets wat in elke groep van tijd tot tijd de kop op steekt.
Het is een vervormd signaal van het niet gezegde.
Het komt vooral voor als een groep als onvoldoende veilig wordt ervaren door de leden.
 
Ons antwoord op pesten is VEILIG VERBINDEN.
We baseren ons hierbij op de hechtingstheorie van Bolwby (1968),  die hechting of het ontbreken daarvan beschrijft tussen ouders en kind. Sue Johnson heeft in haar werk met volwassen paren ontdekt dat hier dezelfde hechtingsproblemen aan de basis liggen van negatieve patronen in de partnerrelatie als in de relatie tussen ouders en kinderen.
 
Bij (echt)paren kunnen negatieve interactiepatronen de relatie overnemen als bij de ene partner sprake is van verlatingsangst en de ander niet durft te verlangen naar de liefde. Mensen, die bang zijn in de steek gelaten te worden, hebben de neiging hun partner kritisch te bejegenen, mensen, die hun verlangen naar de liefde verbergen, hebben de neiging zich uit de relatie terug te trekken.
 
Wij maken bij onze aanpak gebruik van deze theorie en passen de beginselen toe in ons werk met scholen en bedrijven.
Wij veronderstellen dat een van de redenen dat de werking van goed onderzochte pestprotocollen te wensen over laat als ze worden ingezet in een onveilig klimaat.
 
We doen alsof we onze hechtingsbehoeften en angsten meenemen als we thuis de voordeur achter ons dichttrekken.
We hebben buitenshuis evenveel behoefte ons veilig verbonden te voelen als binnenshuis.
Onder hechtingsbehoeften en angsten verstaan we:
 
Hechtingsbehoeften                                      Hechtingsangsten
 
- behoefte om geaccepteerd te worden     -  angst om afgewezen te worden
- behoefte aan nabijheid                           -   angst om verwaarloosd te           
- behoefte om begrepen te worden               worden
- behoefte om er toe te doen                     -   angst om niet te voldoen
- behoefte om geliefd te zijn                         te falen
- behoefte dat je partner je                        -   angst om niet te worden                       
  goede kanten belicht                                   geaccepteerd en te worden
- behoefte om gewaardeerd te worden          gewaardeerd
                                                                   -   angst om niet geliefd te zijn
                                                                -   angst om gecontroleerd te 
                                                                    worden
 
Hoe vaak overkomt het ons niet dat we ons ongemakkelijk voelen als we merken dat we in de ogen van een collega of vriend iets doen wat de ander niet bevalt. Velen van ons laten dit ongemakkelijke gevoel voorbijgaan en creëren daarmee zonder zich dat te realiseren een beetje emotionele afstand tussen zichzelf en de ander. 
Wij veronderstellen dat naarmate de emotionele afstand tussen mensen groter wordt, het niet gezegde niet gezegd blijft, een kloof ontstaat waarin de kiem gezaaid wordt voor een negatief patroon dat kan ontaarden in pesten.
 
Voor wat betreft onze aanpak om dit negatieve patroon om te buigen kiezen wij 
niet voor een standaard programma maar voor zorg op maat.
Samen met u gaan wij op zoek naar wat voor uw instelling de beste aanpak lijkt.
 
Gezien de samenstelling van ons team verheugt het ons u een gedifferentieerd aanbod te kunnen doen variërend van gesprekken en rollenspelen tot samen theater maken waarbij u ervarend leert.